Alle soorten › Stormvogelachtigen › Pijlstormvogels › Yelkouanpijlstormvogel
Yelkouanpijlstormvogel | Puffinus yelkouan
Yelkouan Shearwater | Pardela mediterránea
De yelkouanpijlstormvogel is een soort met twee duidelijk verschillende vormen. De westelijke vorm — de vale pijlstormvogel — broedt uitsluitend op de Balearen, wordt op andere lijsten als Puffinus mauretanicus gevoerd en verlaat na het broedseizoen bijna volledig de Middellandse Zee: door de Straat van Gibraltar naar de Golf van Biskaje, de Ierse Zee en de zuidelijke Noordzee. De oostelijke vorm, yelkouan, broedt op de eilanden en kliffen van de centrale en oostelijke Middellandse Zee en blijft vrijwel het hele jaar binnen dat bekken. De gids rekent beide vormen tot één soort, Puffinus yelkouan, terwijl andere lijsten ze als twee soorten voeren.
Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.
Geluid
Op zee zwijgzaam. Bij de kolonie 's nachts een schor, snurkend en huilend gekrijs met een duidelijk in- en uitademend ritme, dat uit rotsspleten en grotten aan de kust klinkt en over de kliffen weerkaatst. Beide vormen roepen zo; oostelijke vogels klinken gemiddeld iets hoger en sneller, maar het verschil is in het veld nauwelijks bruikbaar. Op de Balearen te horen van maart tot juni, vooral op Formentera, Ibiza, Cabrera en de kliffen van Mallorca, in het oosten van januari tot juni op Malta, de Egeïsche eilanden en de kust van Anatolië. Buiten de kolonie roept de soort niet.
Opname: Mathis Baudrin — CC BY-NC-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Een middelgrote pijlstormvogel die in vergelijking met de noordse buikig en zwaar oogt: dikkere buik, bredere en meer gebogen vleugels, een uitpuilende romp achter de vleugelbasis en vaak iets uitstekende pootjes. De vlucht heeft meer en snellere slagen en kortere glijfases, en de vogel blijft meestal lager bij het water. Van boven dof grijsbruin, niet zwart. De twee vormen verschillen in bouw en vooral in de onderzijde. Vale pijlstormvogels zijn zwaarder gebouwd en bruiner: buik, borst en flanken vuilwit tot vuilbruin, met een variabele bruine wolk over borstzijden en flanken, een grauwwitte ondervleugel met een brede, diffuse en doorlopende donkere zoom, een duidelijk donkere okselstreek en een bruine onderstaart. De grens tussen donkere kop en lichte keel is vaag en uitgesmeerd; donkere individuen kunnen bijna geheel bruin lijken. Oostelijke vogels zijn slanker en contrastrijker: schoner wit van onderen, met een smallere en scherper afgezette donkere vleugelrand, lichtere oksels, meestal witte onderstaart en een duidelijker afgetekende kop-keelgrens. De kenmerken overlappen elkaar over de hele linie — er zijn bleke vale en vuile oostelijke vogels — en op zee, in tegenlicht en op afstand, zijn de meeste vogels niet tot op de vorm te brengen.
Verwarringssoorten
Noordse pijlstormvogel is dé verwarringssoort en het verschil zit in de onderzijde: die is helderwit met een scherpe, hoog doorlopende grens onder het oog, heeft witte oksels en een witte onderstaart, is slanker met rechtere vleugels en glijdt langer en soepeler. Vale pijlstormvogels zijn groezelig, met donkere oksels, een bruine onderstaart en een vage kop-keelgrens, en ogen gedrongener. Oostelijke vogels zitten daar tussenin en zijn met de noordse het lastigst: let op de bredere en diffusere donkere ondervleugelrand, de warmere toon van borstzijden en flanken en de tragere, zwaardere vlucht. De twee vormen onderling scheid je op zwaarte van de bouw, op de okselstreek en op hoe vuil de flanken en de onderstaart zijn, met de plaats als sterkste aanwijzing: in de Atlantische Oceaan en de Noordzee gaat het om vale pijlstormvogels, in de Egeïsche en Adriatische Zee om oostelijke vogels. Grauwe pijlstormvogel is groter en volledig donker onder, met een zilveren ondervleugelbaan. Kuhls pijlstormvogel is veel groter, met een gele snavel en een lichte, zeilende vlucht.
Leefgebied
Broedt in spleten, grotten en holen op kustkliffen en onbewoonde eilandjes, op de Balearen vaak vlak boven de branding en in het oosten op de kalkkliffen van Malta, de Egeïsche eilanden en de Adriatische kust. Foerageert boven het ondiepe continentaal plat, waar hij duikend achter sardines, ansjovis en visserij-afval aangaat, en rust in dichte groepen op het water. Buiten het broedseizoen zit de vale pijlstormvogel op het Atlantische plat, in de Golf van Biskaje en tot in de Ierse Zee en de zuidelijke Noordzee; de oostelijke vorm blijft in de Middellandse Zee en trekt in grote aantallen door de Bosporus naar de Zwarte Zee.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
De vale pijlstormvogel broedt uitsluitend op de Balearen, met een populatie in de orde van enkele duizenden paren. Vanaf mei trekt het merendeel door de Straat van Gibraltar naar het noorden, met concentraties voor de westkust van Iberië en in de Golf van Biskaje van juni tot september, en een terugtrek in de late herfst. Dit is de vogel die in de Noordzee wordt gezien en die vanaf de kliffen in het zuidwesten van de Britse Eilanden wordt waargenomen: langs de zuidelijke Noordzeekust een zeldzame maar bijna jaarlijkse gast, meestal in augustus en september bij zuidwesten- tot westenwind. De oostelijke vorm broedt van de Provence en de Tyrreense Zee tot de Adriatische Zee, Malta, de Egeïsche Zee en Anatolië, in de orde van tienduizenden paren, en blijft vrijwel binnen de Middellandse Zee; buiten de broedtijd verzamelen grote aantallen zich in de noordelijke Egeïsche Zee, de Zee van Marmara en de Zwarte Zee. In Iberië worden oostelijke vogels slechts bij hoge uitzondering vastgesteld. Buiten die gebieden is de soort op zee een dwaalgast, en in het binnenland ontbreekt hij volledig.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Voor de vale pijlstormvogel is de Straat van Gibraltar de klassieke plek: vanaf Tarifa of Punta Carnero trekken in mei en juni bij westenwind honderden tot duizenden vogels de Atlantische Oceaan op, en in oktober en november terug. Voor Galicië is Estaca de Bares in augustus en september een zekerheid, en langs de Catalaanse kust zijn de vogels in het voorjaar dicht onder de kust te zien; in de Baleaarse wateren zelf kijk je vanaf de veerboten tussen Barcelona, Ibiza en Mallorca, of bij zonsondergang vanaf de kapen van Formentera, wanneer de vogels zich verzamelen voor ze de kolonie invliegen. Voor Noordwest-Europa is het uitkijken bij een zomerse of vroeg-najaarsstorm uit het zuidwesten, vanaf Porthgwarra, Cape Clear, Westkapelle of de Brouwersdam; wees streng en beoordeel de vogel op oksels, onderstaart en vluchtstijl, want de meeste meldingen betreffen bij nader inzien Noordse pijlstormvogels. De oostelijke vorm zie je het best vanaf de veerboten en de oevers van de Bosporus, waar in de ochtend lange linten langs het water schuiven, en verder bij Malta en op de veerboten tussen de Egeïsche eilanden.
Staat van instandhouding
Kwetsbaar (IUCN: Vulnerable) als de twee vormen samen worden beoordeeld, zoals nu gebeurt. Op lijsten die de vale pijlstormvogel nog als aparte soort (Puffinus mauretanicus) voeren, staat die apart beoordeeld als Ernstig bedreigd (CR) — de zwaarste categorie vóór uitsterven in het wild, en daarmee een van de meest bedreigde zeevogels van Europa. Modellen op basis van overleving van volwassen vogels voorspellen voor die vorm een afname van ruim tachtig procent in drie generaties. De oorzaken zijn bijvangst in beug- en staandwantvisserij, predatie door ingevoerde katten, ratten en marters in de kolonies, verstoring en bebouwing van kustkliffen en het inzakken van de visserij-afvalstroom in de Middellandse Zee. De oostelijke vorm telt meer vogels, loopt tegen dezelfde problemen aan en is apart beoordeeld als eveneens Kwetsbaar (VU), met ratten en bijvangst als voornaamste knelpunten. Dat de twee nu op één soortnaam staan, verandert niets aan die cijfers: het beheer richt zich per vorm en per kolonie.
Wetenschappelijke naam
Puffinus yelkouan | (Acerbi, 1827)
Acerbi beschreef de soort in 1827 als Procellaria yelkouan; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Puffinus werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Puffinus komt van het Engelse puffin en varianten daarvan, de naam voor het gezouten jong van de pijlstormvogel, vroeger een lekkernij. yelkouan is de Turkse naam voor deze pijlstormvogel, ongeveer 'windjager'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de Bosporus in Turkije.

