Alle soorten › Hoenderachtigen › Fazantachtigen › Goudfazant

Goudfazant | Chrysolophus pictus

Golden Pheasant | Faisán dorado

Een hoenderachtige met scharlaken onderdelen, een goudgele kuif en een oranje kraag met zwarte dwarsbanden. Van huis uit een schuwe vogel van bamboestruweel op steile hellingen in de bergen van Oost-Azië. Elke goudfazant in het gidsgebied gaat terug op uitgezette siervogels: op de Britse Eilanden ontstond daaruit generaties geleden een verwilderde populatie die menig vogelaar zijn eerste fazant liet zien, terwijl er elders geen enkele populatie bestaat en het schaarse dat je ziet uit ontsnapte vogels bestaat.

Goudfazant (Chrysolophus pictus)
Foto: Jmhullot — CC BY 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De haan kraait een hard, ver dragend en tweeledig tsjak-tsjak, het scherpst bij dageraad in april en mei; het geluid is metaalachtiger en minder hees dan het kraaien van een gewone fazant. Bij balts, wanneer hij zijn kraag over de snavel trekt, klinkt daarnaast een dun, hoog en metalig sissen dat maar enkele meters draagt. Buiten het voorjaar is de soort vrijwel zwijgzaam. De roep van goudfazant en Lady-amherstfazant is in het veld niet betrouwbaar te scheiden.

Luister: ZangXC1025296

Opname: Jelle Scharringa — CC BY-NC-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

De haan meet 90 tot 115 cm, waarvan ongeveer tweederde staart: een lange, smalle, okerkleurige staart met fijne zwarte marmering. Verder een goudgele kuif, een oranje halskraag met smalle zwartblauwe banden die hij bij balts als een waaier over de snavel trekt, een donkergroene mantel, een goudgele stuit en dieprode onderdelen; snavel, poten en iris zijn geel. De hen is 60 tot 80 cm lang, warm zandbruin en over het hele lichaam fijn dwarsgebandeerd, met gele poten en een staart die ongeveer de helft van de totale lengte beslaat.

Verwarrings­soorten

Het echte veldprobleem is de Lady-amherstfazant, en vooral de kruising van de twee. Een zuivere goudfazanthaan heeft rode onderdelen en een oranje kraag; een zuivere amherstfazanthaan is wit onder en heeft een zwart-wit geschubde kraag. De verwilderde vogels op de Britse Eilanden zaten daar decennialang tussenin: rood dat doorloopt in een deels witte kraag, een oranje waas over zwart-witte kraagveren of een staart met te veel dwarsstrepen verraadt hybride afkomst, en van de laatste verwilderde goudfazanten draagt vrijwel elke vogel amherstgenen. De hennen zijn een apart verhaal: die van de goudfazant is zandbruin met fijne banden en gele poten, die van de amherstfazant roodbruiner, grover gebandeerd en met blauwgrijze poten en een kale blauwgrijze oogring. Beide worden voor een fazanthen aangezien, maar zijn kleiner, dwarsgebandeerd tot op de buik in plaats van gevlekt, en hebben een naar verhouding kortere staart.

Leefgebied

Op de Britse Eilanden oude naaldhoutaanplant, meestal Corsicaanse en grove den, met een dichte ondergroei van rododendron, en verder gemengd bos met struikondergroei en groenblijvend struweel op de eilanden in Poole Harbour. In het oorspronkelijke areaal bamboestruweel en secundair bos op steile hellingen tussen 600 en 2000 meter. In alle gevallen gaat het om donker, dicht bos waar de vogel de hele dag onzichtbaar blijft en alleen op paden en open plekjes voedsel zoekt.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Inheems in de bergen van Oost-Azië, van Shaanxi en Gansu tot Guizhou. In Europa alleen ingevoerd: vanaf de jaren 1840 losgelaten op landgoederen op de Britse Eilanden, met kernen in Breckland op de grens van Norfolk en Suffolk, rond Sandringham in Noordwest-Norfolk, op Anglesey, in Galloway en op de eilanden in Poole Harbour. De noordelijke populaties zijn verdwenen, van de zuidelijke resteert vrijwel niets. Elders in Europa gaat elke waarneming terug op een vogel die uit een collectie, fazanterie of park is ontsnapt of losgelaten.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Wie de soort in Europa nog wil zien, moet naar Brownsea en Furzey Island in Poole Harbour, waar een klein groepje wordt bijgevoerd; loop daar vroeg in de ochtend de vlonderpaden af en let op vogels die een pad oversteken. Breckland en de bossen bij Wolferton, decennialang de klassieke plek, leveren vrijwel niets meer op. Elders in Europa geldt: een goudfazant op een bospad is bijna altijd een recent ontsnapte vogel, en het loont te kijken of hij ringen om beide poten draagt.

Staat van instandhouding

Wereldwijd is de soort niet bedreigd, al gaat ze in het oorspronkelijke areaal achteruit door houtkap en vangst. Op de Britse Eilanden piekte de stand in de jaren tachtig en negentig op 1000 tot 2000 vogels; een telling in 2022 en 2023 vond nog 37 tot 40 vogels op twee plekken, beide afhankelijk van bijvoeren, predatorbeheer of bijplaatsing. Oorzaken zijn het uitzetverbod van 1981, predatie door vos en havik, en het verdwijnen van rododendronondergroei.

Wetenschappelijke naam

Chrysolophus pictus | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Phasianus pictus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Chrysolophus werd in 1834 ingevoerd door Gray. Chrysolophus komt van het Griekse khrusolophos 'met gouden kuif', van khrusos 'goud' en lophos 'kuif'. pictus is Latijn voor 'geschilderd', van pingere 'schilderen'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit China.