Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Zwarte buizerd
Zwarte buizerd | Buteogallus anthracinus
Common Black Hawk | Busardo negro
De zwarte buizerd is een gedrongen, koolzwarte roofvogel met brede vleugels en een korte staart met één brede witte band. Hij is in het noorden van zijn areaal volledig gebonden aan stromend water: in de Verenigde Staten broedt hij alleen langs beken en riviertjes in canyons van Arizona, New Mexico, Utah en West-Texas, en hij jaagt er op vis, rivierkreeften en kikkers.
Geluid
De gewone roep is een hoge, piepende klie, die snel achter elkaar herhaald wordt en sterk aan de roep van een visarend doet denken. Hij klinkt het luidst bij het nest: wie in het broedseizoen een nestboom nadert, krijgt de serie ononderbroken boven zich. Ook tijdens baltsvluchten boven de rivier laat hij hem horen, waarbij de tonen een ratelend, piepend riedeltje vormen dat door het hele canyon draagt. Buiten die situaties is hij tamelijk zwijgzaam, en in de mangrove van de tropen klinkt de roep wat lager en trager.
Opname: Gean Carlo Valdés — CC0 · Islas secas, Panama · xeno-canto
Herkenning
Volwassen vogels zijn geheel zwartbruin, met een brede witte band midden over de staart en een smalle witte staartpunt; de snavel is geel met een zwarte punt en de poten zijn helder geel. In vlucht is het silhouet het beste kenmerk: brede, bijna rechthoekige vleugels en een korte staart, zodat de vogel breder dan lang lijkt — een vorm die geen andere roofvogel in de Verenigde Staten heeft. Bij zwevende vogels licht vaak een kleine lichte vlek op aan de basis van de handpennen. Jonge vogels zien er anders uit: gestreept bruin boven, roomkleurig met zware donkere strepen onder, en een staart met veel smalle donkere en lichte banden in plaats van één brede witte. Zoals bij bijna alle haviken en buizerds is het vrouwtje groter en zwaarder dan het mannetje, al valt dat in het veld alleen bij een paar naast elkaar op.
Verwarringssoorten
De bandstaartbuizerd (Buteo albonotatus) is de belangrijkste verwisseling: die is slanker, heeft veel langere en smallere vleugels en een langere staart met meerdere banden, en zweeft met opgeheven vleugels in een ondiepe V, wiegend als een kalkoengier. Donkere vormen van de roodstaartbuizerd hebben een roodachtige of licht gebandeerde staart en veel smallere vleugels. Op grote afstand kan een zwevende zwarte buizerd voor een kalkoengier worden aangezien, maar die houdt de vleugels in een duidelijke V en heeft een kleine, kale rode kop. Jonge vogels worden gemakkelijk voor jonge breedvleugel- of prairiebuizerd gehouden; let dan op de zware, dicht opeenstaande staartbanden en op de gele washuid boven de snavel.
Leefgebied
In het noorden van zijn areaal uitsluitend de smalle strook bos langs beken en rivieren die het hele jaar water voeren: Arizona-plataan, katoenpopulier en wilg in canyons en woestijndalen. Hij jaagt vanaf takken die over het water hangen of vanaf stenen in de bedding, en loopt of waadt ook in ondiep water achter prooi aan. Verder naar het zuiden gebruikt hij mangrovebos, zoetwatermoeras, overstroomd bos en bergbeken. Waar de rivier droogvalt of het beekdal door grondwateronttrekking is verdroogd, verdwijnt hij; menselijke drukte bij het nest wordt slecht verdragen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
In de Verenigde Staten alleen een zomervogel: de vogels arriveren in maart, broeden van maart tot begin augustus en zijn van november tot half februari vrijwel geheel ten zuiden van de grens. Het broedgebied ligt in centraal en zuidoostelijk Arizona en zuidwestelijk New Mexico, met kleine aantallen in zuidwestelijk Utah en in West-Texas, waar vooral de Davis Mountains en de Rio Grande een handvol paren herbergen. Ook de populatie van noordwestelijk Mexico trekt; in de rest van Mexico, Midden-Amerika en zuidelijker is hij standvogel en veel talrijker. Arizona vormt daarmee de noordgrens van het wereldareaal, en de vestiging in Utah en zuidelijk Nevada is pas van de laatste decennia.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Loop tussen half april en juli langs een permanent stromende beek in een Arizona-canyon — Aravaipa, Sycamore Canyon, de bovenloop van de Verde of de Gila — en luister eerst: de visarendachtige klie-serie verraadt de vogel eerder dan het oog. Zoek daarna de dikke zijtakken van platanen die over een poel hangen; daar zit hij vaak roerloos, met alleen de gele poten die opvallen. Cirkelt hij op, let dan op de brede, korte vorm en de ene witte staartband.
Staat van instandhouding
Wereldwijd gaat het om ongeveer twee miljoen vogels en geldt de soort als niet bedreigd (LC), maar de Amerikaanse populatie is klein: ongeveer 220 tot 250 paren, waarvan 80 tot 90 procent in Arizona broedt. De bedreiging is er concreet: wateronttrekking en het droogvallen van beken, en de vervanging van populier en wilg door binnengedrongen tamarisk maken de smalle oeverbossen ongeschikt. Omdat elk paar een lang stuk beek nodig heeft, werkt het verlies van één beekdal meteen door in het landelijke totaal.
Wetenschappelijke naam
Buteogallus anthracinus | (Deppe, 1830)
Wilhelm Deppe beschreef de soort in 1830 als Falco anthracinus, bij de valken; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. De geslachtsnaam Buteogallus werd in datzelfde jaar door Lesson gevormd uit Buteo, de buizerds, en Gallus, de hoenders, naar de zware, hoenderachtige bouw van deze vogels. anthracinus komt van het Griekse woord voor steenkool en betekent 'koolzwart', wat het verenkleed precies beschrijft. Het beschreven exemplaar kwam uit Veracruz, Mexico.




