Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Roodschouderbuizerd
Roodschouderbuizerd | Buteo lineatus
Red-shouldered Hawk | Busardo de hombro rojo
De roodschouderbuizerd is de buizerd van natte loofbossen: roodbruin gebandeerd van onderen, met roestrode schouders en een zwarte staart met smalle witte bandjes. Hij is de luidruchtigste buizerd van het oosten, en zijn roep wordt zo goed nagebootst door de blauwe gaai dat de twee op het gehoor nauwelijks te scheiden zijn.
Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.
Geluid
De roep is een luid, schel kie-aah, waarbij de tweede lettergreep in toonhoogte zakt, en die wordt vijf, tien of meer keer achter elkaar herhaald. Hij dient om het territorium op te eisen en als alarm, en klinkt het vaakst in het late winter- en vroege voorjaar, wanneer paren boven hun bos cirkelen. Het vrouwtje geeft daarnaast een zacht kie op het nest, bij de eieren of bij kleine jongen. De blauwe gaai imiteert de kie-aah zo nauwkeurig dat de twee soorten op stem alleen niet betrouwbaar te onderscheiden zijn; bij twijfel moet de vogel zelf gezien worden.
Opname: Jim Berry — CC BY-NC-SA 4.0 · Meigs Township (near Peebles), Adams County, Ohio, United States · xeno-canto
Herkenning
De volwassen vogel heeft warm roodbruin gebandeerde onderdelen, een roestrode vlek op de schouder en een zwarte staart met drie tot vier smalle witte dwarsbandjes. De bovenvleugel is zwart-wit geblokt, en bij alle kleden staat vlak voor de vleugelpunt een smalle lichte halvemaan die tegen het licht doorschijnt — het betrouwbaarste kenmerk in de vlucht. De vleugels zijn breed en rond, de staart middellang, en bij het zweven duwt hij de vleugels merkbaar naar voren, zodat de handpennen vóór de kop uit lijken te steken. Jonge vogels zijn bruin van boven en hebben bruine lengtestrepen op een witte onderzijde, maar tonen de lichte halvemaan al. Er worden vijf ondersoorten onderscheiden: vogels uit Zuid-Florida zijn het bleekst, met een grijze kop en vage borstbanden, die uit Californië het roodst. Het vrouwtje is groter dan het mannetje.
Verwarringssoorten
De breedvleugelbuizerd is kleiner en compacter, heeft één brede witte staartband in plaats van drie of vier smalle, vleugels die naar de punt toelopen en nooit een lichte halvemaan bij de vleugelpunt. De roodstaartbuizerd is fors groter, met een donkere buikband over een verder witte onderzijde, een donkere patagiale streep langs de voorrand van de ondervleugel en een ongebandeerde staart. Jonge Coopers sperwers hebben net zulke bruine lengtestrepen, maar met korte ronde vleugels, een lange staart met brede banden en een klappende vliegwijze. In Californië is de roodschouderbuizerd zo rood dat hij van veraf voor een roodstaartbuizerd wordt aangezien; de smalle witte staartbandjes maken dan onmiddellijk een eind aan de twijfel.
Leefgebied
Vochtig loofbos in het laagland: beekbegeleidend hardhout, overstroomd moerasbos en oevergordels langs rivieren en vennen. Hij heeft hoge bomen nodig om in te nestelen en een open onderlaag om vanaf een tak op de bodem te kunnen jagen, op muizen, hagedissen, slangen, kikkers, padden en rivierkreeften. In het westen gebruikt hij eikenbossen langs beken en aangeplante eucalyptusbossen. Anders dan de meeste buizerds verdraagt hij bewoning goed, zolang er oude bomen blijven staan: in buitenwijken met hoog opgaand groen broedt hij vlak bij huizen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Standvogel over het grootste deel van het oosten van de Verenigde Staten, van de oostrand van de Great Plains tot de Atlantische kust, met broedvogels tot in Zuid-Ontario, Zuid-Quebec en de Maritieme Provincies. Een tweede, volledig gescheiden populatie leeft ten westen van de Sierra Nevada, van Noord-Californië tot Neder-Californië; tussen beide ligt ruim duizend kilometer zonder de soort. Vogels uit de noordelijke helft van het oostelijke areaal trekken weg in de winter, de westelijke vogels blijven vrijwel allemaal ter plaatse. Tussen 1966 en 2019 namen de aantallen in het grootste deel van het areaal met ruim twee procent per jaar toe, en de westelijke populatie heeft zich noordwaarts tot in Oregon en Washington uitgebreid.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek hem in februari en maart, wanneer een paar boven zijn bos cirkelt en onophoudelijk kie-aah roept. Kijk daarbij altijd omhoog voordat je hem noteert: de blauwe gaai bootst dezelfde roep na vanuit het kroondak, en alleen de vogel in de lucht geeft uitsluitsel. Let in de vlucht op de smalle lichte halvemaan vlak voor elke vleugelpunt; tegen een heldere hemel lichten die twee vensters op.
Staat van instandhouding
De soort is niet bedreigd (LC). Partners in Flight (het Noord-Amerikaanse samenwerkingsverband voor vogelbescherming) schat de broedpopulatie op ongeveer 1,9 miljoen vogels en geeft de soort 8 van de 20 punten op de Continental Concern Score (de Noord-Amerikaanse zorgscore van 1 tot 20). De aantallen stegen tussen 1966 en 2019 in vrijwel het hele areaal met meer dan twee procent per jaar. De belangrijkste bedreiging blijft het kappen van bos, vooral van de natte hardhoutbossen in laagland en beekdalen waarvan hij afhankelijk is.
Wetenschappelijke naam
Buteo lineatus | (Gmelin, 1788)
Gmelin beschreef de soort in 1788 als Falco lineatus, bij de valken; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. De soortnaam lineatus is Latijn voor 'gelijnd' of 'gestreept', naar de dwarsstrepen op de onderzijde en in de staart. Buteo is het gewone Latijnse woord voor buizerd. Het beschreven exemplaar kwam van Long Island in de staat New York.




