Alle soorten › Zangvogels › Kardinaalachtigen › Rode kardinaal

Rode kardinaal | Cardinalis cardinalis

Northern Cardinal | Cardenal norteño

De rode kardinaal is de vogel die het Amerikaanse achtertuinbeeld bepaalt: vuurrood, met een puntige kuif en een dikke oranje kegelsnavel. Zeven staten kozen hem als staatsvogel, en in honderd jaar heeft hij zijn areaal honderden kilometers naar het noorden uitgebreid.

Rode kardinaal (Cardinalis cardinalis)
Foto: Rhododendrites — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een helder, ver dragend fluitconcert van herhaalde motieven: wat-tsjier wat-tsjier wat-tsjier of een versnellend pjoe-pjoe-pjoe-pjoe. Anders dan bij de meeste Noord-Amerikaanse zangvogels zingt ook het vrouwtje, vaak vanaf het nest, en paren beantwoorden elkaars motief bijna letterlijk. De roep is een scherp metalen tsjip, dat in dichte struik het eerste teken van zijn aanwezigheid is.

Luister: ZangXC1146762

Opname: Rory Nefdt — CC BY-NC-SA 4.0 · Flag Ponds Nature Park Delaware, United States · xeno-canto

Herkenning

Het mannetje is kenmerkend: geheel scharlakenrood met een zwart masker rond de dikke oranjerode snavel, en een spitse beweeglijke kuif. Het vrouwtje is warm olijfbruin met rode zweem op kuif, vleugels en staart en dezelfde oranje snavel. Jonge vogels lijken op het vrouwtje maar hebben een donkere, grauwe snavel, wat elk najaar tot verwarring leidt. De lange staart en de zware snavel geven ook in silhouet houvast.

Verwarrings­soorten

De grijze kardinaal (Cardinalis sinuatus) van het zuidwesten is grijzer, met rood beperkt tot gezicht, borst en staart en een korte, sterk gebogen gele snavel. De zomertangare is even rood maar heeft geen kuif en geen zwart masker en een veel slankere snavel. Vrouwtjes en jonge vogels worden verward met de rosse spotlijster — die is groter, langer van staart, geel van oog en heeft een lange gebogen snavel.

Leefgebied

Struikgewas, bosranden, houtwallen, ruigten langs rivieren, en vooral het halfopen groen van tuinen, parken en stadsranden. Hij mijdt gesloten hoogbos en open akkerland; wat hij zoekt is een dichte lage laag om in te nestelen en een uitkijkpost om vanaf te zingen. In Mexico gaat hij tot in droog doornstruweel en tropisch loofbos.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Standvogel in het oosten van de Verenigde Staten tot in het uiterste zuiden van Ontario en Quebec, westwaarts tot Texas en het zuidwesten, en zuidwaarts door Mexico tot Yucatán en Belize. Trekt niet: geringde vogels blijven hun leven lang binnen enkele kilometers. De noordgrens is in de twintigste eeuw sterk opgeschoven — voederplanken, stadsgroen en zachtere winters brachten hem tot in New England en de Grote Meren, waar hij rond 1900 nog ontbrak.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek hem in het laatste uur voor zonsondergang aan een bosrand: dan zingt hij van een open tak boven het struweel, en zijn rood houdt langer kleur in laag licht dan van welke andere vogel ook. In de winter komen kardinalen als laatste van alle tuinvogels naar het voer, vaak pas in de schemering; zonnebloempitten en een dichte haag ernaast is alles wat nodig is.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC); talrijk en toenemend, met een populatie van ruim honderd miljoen vogels. Hij is een van de weinige zangvogels die van de mens duidelijk profiteert. Wel is hij een veelgekozen gastheer van de bruinkopkoevogel, die zijn eieren in het nest legt; en als bewoner van laag struweel bij huizen is hij kwetsbaar voor huiskatten.

Wetenschappelijke naam

Cardinalis cardinalis | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Loxia cardinalis, bij de kruisbekken; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Cardinalis werd in 1838 ingevoerd door Bonaparte. cardinalis is middeleeuws Latijn voor 'kardinaal', naar de scharlakenrode gewaden van de kardinalen van Rome. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Noord-Amerika; de American Ornithologists' Union beperkte de typelocatie in 1931 tot South Carolina.