Alle soorten › Stormvogelachtigen › Noordelijke stormvogeltjes › Parelgrijs stormvogeltje

Parelgrijs stormvogeltje | Hydrobates furcatus

Fork-tailed Storm-Petrel | Paíño rabihorcado

Het parelgrijs stormvogeltje is het enige stormvogeltje ter wereld dat overwegend parelgrijs is in plaats van roetzwart, met een fors, ietwat log lichaam voor een stormvogeltje. Hij broedt in rotsspleten en holen op eilanden langs de hele noordelijke Grote Oceaan, van Alaska tot Noord-Californië en de Kamtsjatka-kust, en is daarmee een van de weinige buisneuzen die echt binnen dit gidsgebied broedt.

Parelgrijs stormvogeltje (Hydrobates furcatus)
Foto: U.S. Fish and Wildlife Service — Public domain · Wikimedia Commons

Geluid

Aan de kolonie, die hij uitsluitend in het donker bezoekt, laten beide seksen een schor, herhaald ana-ana-ana horen; het mannetje voegt daar een hoger, alleenstaand tikje aan toe om een partner te lokken of vast te houden. Op open zee, waar hij het grootste deel van het jaar doorbrengt, blijft hij stil. Zelfs bij de nesten is hij alleen 's nachts te horen: overdag verlaten de vogels de kolonie en verstoppen ze zich op zee of in hun holen.

Luister: ZangXC165178

Opname: Luke Halpin; Gwaii Haanas National Park Reserve and Haida Heritage Site Seabird Research Group — CC BY-NC-SA 3.0 · Skeena-Queen Charlotte E, Skeena-Queen Charlotte, British Columbia, Canada · xeno-canto

Herkenning

Het is een gedrongen, stevig gebouwd stormvogeltje, egaal blauwgrijs met een donkerder, wat vager afgetekend schoudervlak en een donkere vlek rond het oog. De gevorkte staart en de spitse vleugels vallen in de vlucht meteen op, samen met de lichte, bijna zilverige totaalindruk die geen andere stormvogeltjessoort in dit gebied heeft. Mannetje, vrouwtje en juveniel zijn vrijwel gelijk getekend. Hij vliegt laag boven het water met stijve, fladderende slagen en blijft geregeld hangen om met de poten op het oppervlak te tikken en zo prooi te grijpen.

Verwarrings­soorten

De enige soort waarmee hij in dit deel van de Grote Oceaan echt kan worden verward is vaal stormvogeltje (Hydrobates leucorhous): dat is roetbruinzwart met een scherp afgetekende witte stuitband, tegenover het egaal parelgrijze, ongebandeerde verenkleed van het parelgrijs stormvogeltje. Op grote afstand, tegen een grijze lucht, kan het lichte parelgrijs soms verbleken tot een indruk die aan een meeuw doet denken, maar de kleine afmeting en de fladderende vlucht laten dat snel varen. Jonge vogels van beide soorten verschillen nauwelijks van de volwassen vogels, zodat leeftijd bij het onderscheiden geen rol speelt.

Leefgebied

Buiten het broedseizoen leeft hij op open, koude oceaanwater, doorgaans ten noorden van de veertigste breedtegraad en ver uit de kust, waar hij kreeftachtigen, inktvis en kleine vis als lodde en roodbaars van het oppervlak pikt. Broeden doet hij in rotsspleten, tussen puin of in zelfgegraven holen op onbegroeide of laag begroeide eilanden, vaak tussen kolonies papegaaiduikers. Op het strand of in ondiep kustwater komt hij vrijwel nooit; zelfs de kolonies liggen doorgaans op steile, moeilijk toegankelijke rotseilanden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

De broedkolonies liggen verspreid langs de hele noordelijke Grote Oceaan: talrijk in Alaska en op de Aleoeten, kleiner in Brits-Columbia, Washington en Oregon, en met een geïsoleerde, kleine kolonie van enkele honderden vogels bij Little River Rock in Noord-Californië, de zuidgrens van het areaal. Aan de Aziatische kant broedt hij tot in Kamtsjatka. Buiten het broedseizoen verspreidt hij zich over een groot deel van de noordelijke Grote Oceaan, ver uit de kust; van een aparte trek naar het zuiden is geen sprake, en waarnemingen buiten de kolonies blijven grotendeels beperkt tot ditzelfde noordelijke deel van de oceaan.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Een boottocht voor de kust van Alaska, Brits-Columbia of het noorden van Washington en Oregon in het broedseizoen geeft de beste kans; zoek dan naar een klein, lichtgrijs stormvogeltje dat laag over de golven fladdert. Kolonies zelf zijn 's nachts actief en voor bezoekers niet toegankelijk.

Staat van instandhouding

De wereldpopulatie wordt geschat op meer dan zes miljoen vogels, de op één na grootste van alle stormvogeltjessoorten, en de IUCN beoordeelt hem als niet bedreigd (LC). Vroeger gingen op sommige eilanden kolonies verloren door ingevoerde vossen; op de meeste broedeilanden nu is dat gevaar geweken. Olievervuiling en verstikking in plastic blijven de belangrijkste risico's op open zee.

Wetenschappelijke naam

Hydrobates furcatus | (Gmelin, 1789)

Gmelin beschreef de soort in 1789 als Procellaria furcata, naar exemplaren uit de 'ijszeeën tussen Amerika en Azië' - de Beringzee en omliggende wateren; omdat ze sindsdien in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Lange tijd stond hij in het geslacht Oceanodroma, samen met de meeste andere noordelijke stormvogeltjes; recent moleculair onderzoek bracht die groep terug in het oudere geslacht Hydrobates. De soortnaam furcata is Latijn voor 'gevorkt', naar de staart.