Alle soorten › Zangvogels › Vinkachtigen › Nihoavink

Nihoavink | Telespiza ultima

Nihoa Finch | Palila de Nihoa

De nihoavink is een zwaargesnavelde honingkruiper die alleen voorkomt op Nihoa, een steil rotseiland van drieënzestig hectare in de noordwestelijke Hawaï-keten. Het is daarmee een van de kleinste verspreidingsgebieden van alle vogelsoorten ter wereld: het complete wereldbestand past op een oppervlak kleiner dan een gemiddeld dorp.

Nihoavink (Telespiza ultima)
Foto: Ryan Hagerty, U.S. Fish and Wildlife Service — Public domain · Wikimedia Commons

Geluid

De zang lijkt op die van de laysanvink: een kwinkelerende reeks fluitende en rollende notities, per vogel verschillend en vanaf een rotsblok of een polgras gebracht. De roep is een korte, harde tsjep, die op het kale eiland ver draagt omdat niets hem dempt. Mannetjes zingen vooral vroeg in het broedseizoen bij de rotsspleet waar ze een nestplaats verdedigen.

Luister: ZangXC144829

Opname: Eric VanderWerf — CC BY-NC-SA 3.0 · Nihoa Island, Hawaii, United States · xeno-canto

Herkenning

Het mannetje heeft een gele kop, keel en borst; het vrouwtje is doffer geel en sterker gestreept, en de rug is bij beide bruin met zwarte streping. De snavel is zwaar en kegelvormig maar verhoudingsgewijs kleiner dan die van de laysanvink; poten zijn zwart en de voeten groot. Jonge vogels zijn overwegend gestreept en bruin. Hij loopt en huppelt over de grond tussen rotsblokken en lage begroeiing, klautert in de bladeren van de loulu-waaierpalm en peutert in nestgangen van zeevogels.

Verwarrings­soorten

Alleen de laysanvink lijkt werkelijk op hem; die is groter, heeft een zwaardere snavel en meer effen gele onderdelen zonder streping. De twee soorten delen geen eiland, dus in de praktijk beslist de plaats: op Nihoa is elke vink een nihoavink. De enige andere zangvogel op het eiland is de nihoahoningkruiper, die veel kleiner is en een dunne, gebogen snavel heeft.

Leefgebied

Alle begroeide delen van Nihoa, van de kustrotsen tot de toppen op ruim tweehonderdvijftig meter, met kruidachtige vegetatie van onder meer aheahea, popolo en ilima, polgras en groepjes loulu-waaierpalmen; ook kale grond en rotspartijen worden gebruikt. Hij verzamelt zich bij de weinige zoetwaterlekken. Genesteld wordt in spleten en holtes van de rotswanden, van ongeveer dertig tot tweehonderdvijftig meter boven zee.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Endemisch op Nihoa; het hele areaal is één eiland van drieënzestig hectare. Subfossiele vondsten van verwante vinken op de grote eilanden laten zien dat het geslacht ooit veel ruimer verspreid was. In 1967 is geprobeerd een tweede populatie te stichten op French Frigate Shoals, als spreiding van het risico, maar die vestiging hield geen stand. Trek is er niet; de vogels verlaten het eiland niet.

  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein). Deze soort komt in een klein gebied voor; de kaart is daarop ingezoomd.

Waar en wanneer kijken

Nihoa ligt in het Papahanaumokuakea Marine National Monument en is alleen met vergunning en per boot te bereiken, waarbij aan land gaan afhangt van de branding, zodat waarnemingen vrijwel beperkt blijven tot de onderzoekstochten die om de paar jaar plaatsvinden. Wie meevaart, ziet de soort overal op de hellingen; het onderscheiden van mannetje en vrouwtje gaat het snelst op de mate van streping op borst en flank.

Staat van instandhouding

Tellingen tussen 1967 en 2011 liepen uiteen van 945 tot 4647 vogels, met in 2012 een schatting van ongeveer 4475 met een marge van ruim negenhonderd; die schommeling volgt regenval en zaadaanbod. De Rode Lijst voert de soort als ernstig bedreigd (CR), niet vanwege een daling maar vanwege de enkele, kleine vindplaats: één invasie van ratten vanaf een gestrande boot, één brand of één zware droogte kan de hele soort treffen. Verder spelen uitheemse planten, uitbraken van de ingevoerde sprinkhaan Schistocerca nitens die de vegetatie kaalvreet, en op termijn een veranderend klimaat. Het eiland is onbewoond en gesloten; quarantaine bij aanlanding is de belangrijkste lopende maatregel.

Wetenschappelijke naam

Telespiza ultima | Bryan, 1917

William Alanson Bryan beschreef de soort in 1917; omdat ze in het oorspronkelijke geslacht is gebleven, staan auteur en jaartal zonder haakjes. Telespiza komt van het Griekse tele 'ver weg' en spiza 'vink', naar de afgelegen eilanden. De soortnaam ultima is Latijn voor 'de laatste, de verste' en wordt doorgaans opgevat als verwijzing naar de afgelegen ligging van Nihoa en naar het late tijdstip van ontdekking, toen de meeste Hawaïaanse vogels al beschreven waren. Het beschreven exemplaar kwam van Nihoa.