Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Gierzwaluwen › Marianensalangaan
Marianensalangaan | Aerodramus bartschi
Mariana Swiftlet | Salangana de Guam
De marianensalangaan is de enige vogel in deze gids die zich in het pikkedonker oriënteert met echolocatie, net als een vleermuis. Hij broedt uitsluitend in kalksteengrotten op Guam en een handvol naburige eilanden van de Noordelijke Marianen, ver in de Grote Oceaan en ver buiten het gewone gidsgebied — maar Guam is Amerikaans grondgebied, en daarmee hoort de soort net zo goed tot de Noord-Amerikaanse avifauna als een kardinaal in een achtertuin in Ohio. Van een ooit talrijke vogel is door een per ongeluk meegevoerde slang nog maar een fractie over.
Geluid
In de lucht en boven het bos klinkt een licht, ratelend gekwetter en gepiep, niet wezenlijk anders dan bij andere kleine salanganen. Binnen in de volslagen duisternis van de broedgrot maakt de vogel daarnaast een serie hoorbare klikjes, die als een soort sonar van het rotsplafond terugkaatsen en de vogel naar zijn eigen nestje leiden. Van alle vogels ter wereld gebruiken alleen een handvol grotbewonende salanganen en de olievogel van Zuid-Amerika dit trucje.
Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Een klein, donker vogeltje met een grijsbruine bovenkant zonder glans, een lichtgrijze keel en bovenborst en een iets donkerder grijze rest van de onderkant. De staart is licht gevorkt, de vleugels zijn smal en de vlucht is snel en wendbaar, met korte scheervluchten tussen de klapwiekende fases. Buiten de grot, in de open lucht boven het bos, is de soort nauwelijks van een verre gierzwaluw te onderscheiden; het is vooral de combinatie van grot, geluid en plaats die de determinatie zeker maakt.
Verwarringssoorten
Op de Marianen komt geen andere gierzwaluw voor om mee te verwarren; de gierzwaluwen in de rest van de gids leven duizenden kilometers verderop en hebben bovendien scherp wit op de onderdelen dat de marianensalangaan volledig mist. Ook plaatselijk, op Guam en de Marianen zelf, is er weinig verwarringsgevaar: de eilanden hebben geen andere vaste, in de lucht jagende soort met eenzelfde formaat en donkere kleur, en het is vooral de vlucht in en uit een grot die de soort direct verraadt.
Leefgebied
Uitsluitend kalksteengrotten, waar de vogel zijn nest hoog tegen het plafond of de wand bouwt, in kolonies van een paar tot enkele honderden paren. Er wordt buiten de grot gejaagd op insecten boven het omringende bos en boven open plekken en dorpsranden op Guam en de Marianen. Grotten die door mensen worden bezocht, of waar de omstandigheden veranderen, worden vermeden of verlaten; het aantal geschikte grotten is op deze kleine eilanden van nature al beperkt.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Komt uitsluitend voor op Guam en, in de Noordelijke Marianen, op Saipan en Aguijan; op Rota en Tinian is de soort lokaal uitgestorven. Buiten dit gebied bestaat alleen een kleine, ingevoerde populatie: een groep die in de jaren zestig werd losgelaten, vestigde zich op Oʻahu, Hawaï. Omdat de Marianen ver ten westen van het gidsgebied liggen, is voor deze soort geen seizoenskaart getekend; de hele populatie is standvogel, zonder trek van betekenis.
- Jaarrond
Waar en wanneer kijken
Zoek op Guam een van de weinige nog bewoonde broedgrotten op — plaatselijke natuurbeschermers en het Guam National Wildlife Refuge kunnen aangeven welke op dat moment toegankelijk zijn — en kijk bij het invallen van de avond naar de vogels die in en uit vliegen; buiten het eiland zelf is de soort nergens ter wereld te zien op zijn natuurlijke broedgrond, op de kleine gevestigde groep op Oʻahu na.
Staat van instandhouding
De soort geldt als kwetsbaar (VU). Sinds de Tweede Wereldoorlog is de bruine boomslang, per ongeluk met vrachtschepen meegekomen, verantwoordelijk voor het verdwijnen van vrijwel alle inheemse bosvogels van Guam; de marianensalangaan overleefde alleen omdat hij in ontoegankelijke grotten broedt. Rond het midden van de jaren 2000 telde Guam nog ongeveer negenhonderd vogels, Saipan ruim vijfduizend en Aguijan enkele honderden. Beheer richt zich op het weren van de boomslang uit grotten, het beschermen van de kolonies tegen verstoring en pogingen tot herintroductie op eilanden waar de soort verdween.
Wetenschappelijke naam
Aerodramus bartschi | (Mearns, 1909)
Mearns beschreef de soort in 1909 als Collocalia bartschi, tijdens zijn werk als legerarts en natuuronderzoeker voor het Amerikaanse leger in de net veroverde Filipijnen en de Grote Oceaan; sindsdien is de soort naar een ander geslacht verhuisd, vandaar de haakjes om auteur en jaartal. Oberholser voerde het huidige geslacht Aerodramus in 1906 in, uit het Griekse aer, 'lucht', en dromos, 'ren' — een 'luchtloper'. Het epitheton bartschi eert Paul Bartsch, een Smithsonian-onderzoeker die in dezelfde jaren op onderzoeksreis was in de Filipijnen en de Marianen. De typelocatie is Guam.

