Alle soorten › Trogonachtigen › Trogons › Koperstaarttrogon

Koperstaarttrogon | Trogon ambiguus

Coppery-tailed Trogon | Trogón cola cobriza

De koperstaarttrogon is een Mexicaanse vogel waarvan het areaal net over de grens reikt, in een handvol canyons in Zuidoost-Arizona en Zuidwest-New Mexico. Het mannetje is metaalgroen van kop en rug, met een witte band over de borst, een karmijnrode buik en een koperkleurig glanzende staart. Hij zit lang volkomen stil, rechtop en met de rug naar je toe, en valt daardoor veel minder op dan zijn kleuren doen vermoeden.

Koperstaarttrogon (Trogon ambiguus)
Foto: Dominic Sherony — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een serie hese, kwakende noten, koa koa koa, vijf tot tien achter elkaar, laag en houterig als het blaffen van een schorre hond. Daarnaast een ratelend kwirr, dat vaak samengaat met het opwippen van de staart. In de canyons van Arizona roept vooral het mannetje, van april tot in juni en het luidst in de eerste uren na zonsopgang; de rotswanden gooien het geluid terug, zodat de plaats van de vogel tot vijftig meter verkeerd kan worden ingeschat. Buiten het broedseizoen is hij grotendeels zwijgzaam.

Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Het mannetje heeft een glanzend metaalgroene kop, rug en borst, een zwart gezicht en een zwarte keel, een smalle witte band dwars over de borst en daaronder een felle karmijnrode buik. De bovenstaart is bronskleurig tot koperkleurig, de onderstaart wit met fijne zwarte dwarsbanden; de snavel is geel en de oogring rood. Het vrouwtje is grijsbruin waar het mannetje groen is, met een wit streepje of komma achter het oog en een bleekroze buik. Jonge vogels lijken op het vrouwtje maar hebben witte vlekken op de vleugeldekveren. De houding is rechtop, met de lange, recht afgesneden staart loodrecht naar beneden. De vlucht is kort en golvend, van tak naar tak; om vruchten te plukken blijft hij even bidden voor een tros.

Verwarrings­soorten

De sierlijke trogon (Trogon elegans) van Midden-Amerika werd tot 2025 met deze soort samengenomen; de mannetjes verschillen in de tekening van de onderstaart, in hoe koperrood de bovenstaart glanst en, nog fijner, in de golftekening op de vleugeldekveren. In het veld hoeft dat onderscheid niemand te maken: de twee arealen raken elkaar nergens, en ten noorden van de landengte van Tehuantepec komt alleen deze van de twee voor. De bergtrogon (Trogon mexicanus) van de Mexicaanse bergen lijkt sterk op het mannetje, maar heeft een egaal witte onderstaart met een zwarte punt in plaats van fijne banden, en mist de koperglans op de bovenstaart. De geoorde trogon (Euptilotis neoxenus), die in dezelfde canyons als dwaalgast opduikt, is groter, heeft een grijze snavel, mist de witte borstband en klinkt hoog en piepend in plaats van hees. Vrouwtjes en jonge vogels worden bij vluchtige waarneming voor een grote lijster of een specht aangezien; de rechte houding, de gele snavel en de lange gebandeerde staart maken het onderscheid meteen duidelijk.

Leefgebied

Bergcanyons met oude platanen, eiken en dennen, in Arizona tussen ongeveer vijftienhonderd en tweeduizend meter, altijd bij stromend of staand water. Wat hij nodig heeft is een oude plataan met een verlaten spechtenhol, want hij hakt zelf geen nestholte; gouden grondspechten en eikelspechten leveren de gaten. In Mexico gebruikt hij daarnaast droog dennen-eikenbos en tropisch loofbos dat in het droge seizoen zijn blad verliest. Vochtig laaglandregenwoud en open woestijn mijdt hij.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Het areaal beslaat Mexico ten noorden van de landengte van Tehuantepec, met een uitloper net over de grens. Het loopt langs de Sierra Madre Occidental van Sonora en Chihuahua zuidwaarts tot Guerrero en Oaxaca, en langs de oostelijke keten van Nuevo León en Tamaulipas naar San Luis Potosí, met een eigen vorm op de Islas Marías. De vogels van Guatemala tot in het noordwesten van Costa Rica gelden sinds 2025 als een aparte soort, Trogon elegans; tussen de twee ligt geen grens maar een gat, want in Chiapas en op de Pacifische helling van Guatemala ontbreekt de vogel vrijwel geheel. In de Verenigde Staten broedt hij alleen in de bergeilanden van Zuidoost-Arizona — de Atascosa-, Santa Rita-, Patagonia-, Huachuca- en Chiricahuabergen — en onregelmatig in enkele canyons van Zuidwest-New Mexico. Daar komen de meeste vogels in april aan en vertrekken ze in september, maar een klein aantal overwintert in de lager gelegen canyons en langs de beken; in Mexico is hij standvogel.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein). Deze soort komt in een klein gebied voor; de kaart is daarop ingezoomd.

Waar en wanneer kijken

Loop in mei een canyon met platanen in het eerste licht op, blijf om de honderd meter staan en luister; ga pas zoeken als je het kwakende koa koa hoort. Kijk dan op halve boomhoogte, niet in de top: de vogel zit meestal op een kale zijtak, roerloos en met de rug naar je toe, en verraadt zich door het opwippen van de staart. Madera Canyon, Cave Creek en Ramsey Canyon zijn de bekendste plekken, en juist daar is het beter vroeg te komen dan lang te blijven.

Staat van instandhouding

Wereldwijd is de soort niet bedreigd (LC), maar de noordelijke buitenpost is klein en schommelt sterk met de regen. Sinds 2013 worden de Arizonaanse bergeilanden elk voorjaar geteld: gemiddeld 136 vogels per jaar, 183 in 2023 en een dieptepunt van 31 in 2025, na een tegenvallende moesson. Het aantal van het ene jaar hangt duidelijk samen met de regenval van het jaar ervoor, die bepaalt hoeveel grote insecten er voor de jongen zijn. De bedreigingen zijn het verdwijnen van oude platanen langs de beken en het dalen van het grondwater; in New Mexico staat hij op de staatslijst van bedreigde soorten.

Wetenschappelijke naam

Trogon ambiguus | Gould, 1835

Gould beschreef de soort in 1835 als Trogon ambiguus; auteur en jaartal staan zonder haakjes, want de soort staat nog in het geslacht waarin ze is beschreven. Het geslacht Trogon werd in 1760 ingevoerd door Brisson en gaat terug op een Grieks woord voor 'knagend', naar de getande snavel waarmee trogons hun voedsel en hun nestgat bewerken. ambiguus is Latijn voor 'twijfelachtig' of 'dubbelzinnig' — Gould zag dat deze vogel moeilijk te scheiden was van de sierlijke trogon van verder zuidelijk, T. elegans, waarmee hij lang als één soort werd gevoerd. Als vindplaats gaf hij Noord-Mexico.