Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Koningseider

Koningseider | Somateria spectabilis

King Eider | Éider real

De koningseider is de eidereend van de hoge Arctis: hij broedt noordelijker dan de andere drie soorten en is de enige die zich echt rond de hele poolcirkel verspreidt, van Alaska via Canada en Groenland tot Rusland. Het mannetje draagt in de zomer een blauwgrijze kop met een groene wang en een groot, oranje gezwollen snavelschild — de 'kroon' waar de naam naar verwijst — boven een verder zwart-wit lichaam. Van de vier eidereenden is dit de enige die als niet bedreigd te boek staat, al is ook hier de trend de laatste vijftig jaar sterk naar beneden.

Koningseider (Somateria spectabilis)
Foto: Ron Knight — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het mannetje brengt bij de balts een zacht, duifachtig roe-oe-oe voort, vaak herhaald, dat vriendelijk en gedempt klinkt vergeleken met het geroep van andere zee-eenden. Het vrouwtje reageert met een laag kwak als alarm, en op de broedplaats klinken verder grommende, krassende en mompelende geluiden van beide seksen. Vogels die ver buiten het broedseizoen in het zuiden verschijnen, laten zich doorgaans zwijgend zien.

Luister: ZangXC480950

Opname: Stein Ø. Nilsen — CC BY-NC-SA 4.0 · Longyearbyen, Svalbard, Norway · xeno-canto

Herkenning

Het mannetje in broedkleed heeft een blauwgrijze kruin, een groenige wang en een groot oranje snavelschild dat boven de rode snavel een bult op het voorhoofd vormt; het lichaam is verder overwegend zwart, met witte vlekken op rug, ondervleugel, flank en bovenvleugel. Het vrouwtje is warm roestbruin met een grove, zwarte streping over het hele lichaam, een donkere snavel en een kenmerkend, geleidelijk aflopende overgang tussen voorhoofd en snavel. Onvolwassen mannetjes zijn donkerbruin met een witte borst en een oranje snavel, zonder de kop van de volwassen vogel. De snavel is relatief kort maar zwaar, en het snavelschild van het mannetje groeit pas in de loop van meerdere jaren tot volle grootte.

Verwarrings­soorten

De brileider (Somateria fischeri) heeft geen blauwgrijze kop en geen oranje snavelschild, maar witte, zwart omrande oogvlekken op een olijfgroene kop; vrouwtjes van beide soorten lijken meer op elkaar, maar de koningseider heeft grovere, meer gebogen zwarte streping dan de fijner getekende brileider. De eider (Somateria mollissima), in dit werelddeel de talrijkste van de vier soorten, is groter, met een lange, aflopende snavel zonder schild bij het mannetje; vrouwtjes eider zijn nog grover getekend dan koningseidervrouwtjes en missen het geleidelijk aflopende voorhoofdsprofiel. In de vlucht onderscheidt een groep koningseiders zich door de compactere bouw en de snellere vleugelslag.

Leefgebied

Broedt op kale tot licht begroeide arctische toendra, meestal dicht bij een meertje of een beek, waar planten als kraaihei, berenbes, Labradorthee en dwergwilg de bodem bedekken. Buiten het broedseizoen is de soort volledig marien: hij verzamelt zich na de rui in grote groepen op zee, voor de westelijke Beaufortzee of bij Groenland en Baffineiland, en overwintert langs de rand van het zee-ijs of in grote open wakken, waar hij tot op de zeebodem duikt naar schelpdieren, zee-egels en zeesterren. In de Grote Meren, waar kleine aantallen overwinteren, is de geïntroduceerde driehoeksmossel er inmiddels een belangrijk deel van het menu.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Broedt circumpolair in de hoge Arctis: op de arctische kustvlakte van Alaska, in de eilanden van noordelijk Canada, aan de kust van noord- en midden-Groenland en in Rusland van ten oosten van de Witte Zee tot Tsjoekotka. De westelijke populatie overwintert voornamelijk in de Beringzee en rond de Aleoeten; de oostelijke vogels overwinteren bij Zuidwest-Groenland en langs Labrador en Newfoundland, en in kleiner aantal tot IJsland en Noord-Noorwegen. op de Grote Meren en in Hudsonbaai duiken elke winter enkele vogels op, te weinig en te verspreid om als vaste pleisterplaats te gelden.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

De beste kans buiten Alaska is in de winter langs de kust van Newfoundland en Labrador, waar kleine aantallen tussen groepen eiders en zee-eenden overwinteren; zoek dan naar de compactere bouw en, bij mannetjes, het onmiskenbare oranje snavelschild. Op de broedplaats in de hoge Arctis, buiten het bereik van de meeste waarnemers, is juni de beste maand, wanneer de mannetjes nog in vol broedkleed bij de meertjes zitten.

Staat van instandhouding

De koningseider is wereldwijd niet bedreigd (LC), met een nog altijd grote populatie, maar het State of the Birds-rapport van 2025 (het tweejaarlijkse Noord-Amerikaanse statusrapport) noemt de soort een kantelpuntsoort met oranje alarm na een afname van meer dan de helft in vijftig jaar. Klimaatverandering, jacht en olie- en gaswinning in het broedgebied gelden als de belangrijkste risico's voor de toekomst.

Wetenschappelijke naam

Somateria spectabilis | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Anas spectabilis, bij de eenden; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Somateria werd in 1819 door Leach ingevoerd en is Grieks voor 'wollig lichaam', van soma, 'lichaam', en erion, 'wol', naar het dikke dons van de eidereenden. De soortnaam spectabilis is Latijn voor 'opvallend' of 'in het oog springend', naar de kleuren van het mannetje. De typelocatie ligt in Canada en Zweden.