Alle soorten › Pelikaanachtigen › Reigers › Kleine zilverreiger

Kleine zilverreiger | Egretta garzetta

Little Egret | Garceta común

De kleine zilverreiger is in Europa en Afrika een gewone reiger, maar in Noord-Amerika een zeldzame verschijning die de oceaan is overgestoken: sinds de eerste vondst op Barbados in 1954 duikt de soort met wisselende, maar toenemende regelmaat op langs de Atlantische kust. Hij lijkt sterk op de inheemse Amerikaanse kleine zilverreiger, met dezelfde zwarte poten en gele voeten, maar is iets groter en zwaarder gebouwd. Vanuit een klein, groeiend bruggenhoofd in het Caraïbisch gebied breidt de soort zijn aanwezigheid in de Nieuwe Wereld langzaam uit.

Kleine zilverreiger (Egretta garzetta)
Foto: Prosthetic Head — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Net als zijn Noord-Amerikaanse tegenhanger is de kleine zilverreiger buiten de kolonie doorgaans stil. Bij een broedkolonie in het Caraïbisch gebied klinkt een schor, raspend gekras, vooral tijdens de balts en bij het wisselen van de wacht op het nest. Opgeschrikte vogels laten een kort, hees keelgeluid horen. Voor een Noord-Amerikaanse waarnemer is de vogel vrijwel altijd stil, want hij verschijnt hier meestal als eenling, ver van enige kolonie.

Luister: Nachtelijke vluchtroepXC1174449

Opname: MERCIER Christophe — CC BY-NC-SA 4.0 · Panazol, Haute-Vienne, Nouvelle-Aquitaine, France · xeno-canto

Herkenning

De kleine zilverreiger is geheel wit, met een zwarte snavel, zwarte poten en gele voeten — op het eerste gezicht een kopie van de Amerikaanse kleine zilverreiger. Hij is echter iets groter en steviger gebouwd, met een merkbaar dikkere snavel en een grijzere in plaats van gele teugel. In broedkleed draagt hij twee lange, rechte sierveren in de nek, tegenover de talrijke, naar voren gekrulde veren van zijn Amerikaanse verwant. Jonge vogels tonen dezelfde combinatie van kenmerken als de volwassen vogel, in mindere mate uitgesproken.

Verwarrings­soorten

De verwarring gaat vrijwel uitsluitend met de Amerikaanse kleine zilverreiger (Egretta thula), die in dezelfde kustmoerassen voorkomt en identiek gekleurde poten en voeten heeft. Let op de snavel: dikker en met een grijzere in plaats van felgele teugel bij de kleine zilverreiger. In broedkleed is het verschil het duidelijkst — twee losse, rechte nekveren tegenover een volle, gekrulde kuif. Buiten het broedseizoen, wanneer beide soorten er vergelijkbaar uitzien, is elke gemelde kleine zilverreiger in Noord-Amerika reden voor uitgebreide foto-documentatie, juist omdat het verschil zo subtiel is.

Leefgebied

Waar de kleine zilverreiger zich in de Nieuwe Wereld heeft gevestigd — vooral op Barbados — gebruikt hij dezelfde kustmoerassen, lagunes en getijdenslik als de Amerikaanse kleine zilverreiger, vaak tussen kolonies van die soort. Losse zwervers in de Verenigde Staten en Canada duiken op in vergelijkbare kustmoerassen en zoutpannen langs de Atlantische kust. Zoetwater in het binnenland speelt in zijn Noord-Amerikaanse voorkomen nauwelijks een rol.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

De kolonisatie van de Nieuwe Wereld begon met een enkele vogel op Barbados in 1954; pas in 1994 werd daar de eerste broedende kleine zilverreiger vastgesteld. Vanuit dat bruggenhoofd verspreidde de soort zich verder door het Caraïbisch gebied en broedt ze inmiddels ook op de Bahama's. Losse vogels, vermoedelijk afkomstig uit West-Afrika en via de Caraïben binnengekomen, duiken sindsdien met toenemende regelmaat op langs de Atlantische kust van Noord-Amerika, van Florida tot Newfoundland, Quebec en Ontario. Binnen het gidsgebied broedt de soort alleen op de Bahama's; elders blijft het bij verspreide, onregelmatige waarnemingen.

Het Caribisch gebiedCaymaneilandenCubaBahama'sJamaicaHaïtiTurks- en Caicoseil.Dominicaanse Rep.Puerto Rico
  • Jaarrond
Kaartje van de archipel zelf: op de kaart van Noord-Amerika zou deze vogel een stipje linksonder zijn, en juist bij eilandsoorten gaat het om de vraag op wélke eilanden hij zit. De eilanden waar hij ontbreekt staan er grijs bij. Per eiland gemeten aan de waarnemingen van GBIF: het aantal waarnemingen van de soort gedeeld door alle vogelwaarnemingen daar, per seizoen, net als op de gewone kaart. Eilandcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Bekijk in het voor- en najaar elke vermeende Amerikaanse kleine zilverreiger langs de oostkust nog eens goed op snavelvorm en teugelkleur — een dikkere snavel met een grijze in plaats van gele teugel is de eerste aanwijzing voor deze zeldzame gast. Fotografeer de vogel zo mogelijk van dichtbij, want het onderscheid met zijn Amerikaanse neef wordt pas op zulke details beslist.

Staat van instandhouding

Voor de Noord-Amerikaanse populatie ontbreekt een eigen IUCN-beoordeling: de soort staat hier te kort en te lokaal gevestigd voor een trendinschatting. Wereldwijd, met de talrijke populaties in Europa, Afrika en Azië meegerekend, is de kleine zilverreiger juist een van de gewoonste reigers ter wereld, en beoordeelt de IUCN hem als niet bedreigd (LC). De kleine broedpopulaties op Barbados en de Bahama's zijn tot nu toe de belangrijkste bruggenhoofden in de Nieuwe Wereld.

Wetenschappelijke naam

Egretta garzetta | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Ardea Garzetta, gebaseerd op een eerdere beschrijving van de Fransman Brisson; sindsdien is ze naar een ander geslacht verhuisd, vandaar de haakjes om auteur en jaartal. Het geslacht Egretta voerde Forster pas later, in 1817, in, ontleend aan het Provençaals-Franse aigrette, zelf een verkleinwoord van aigron, 'reiger' — een naam die oorspronkelijk juist op deze soort sloeg, wat haar tot de naamgever van haar hele geslacht maakt. Het epitheton garzetta is Italiaans, een verkleinwoord van garza, 'reiger', dus letterlijk 'reigertje'. De typelocatie, 'Oriente' naar Brisson, is vaag en ligt hoe dan ook ver buiten het Noord-Amerikaanse areaal dat deze gids behandelt.