Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse zangers › Goudhaanzanger

Goudhaanzanger | Basileuterus culicivorus

Golden-crowned Warbler | Reinita coronidorada

De goudhaanzanger is een zanger van de ondergroei van tropisch bos, met een oranjegele kruinstreep tussen twee zwarte banen en egaal gele onderdelen. Zijn areaal loopt van Noordoost-Mexico tot Noord-Argentinië; in Noord-Amerika ten noorden van de Rio Grande is hij alleen als dwaalgast vastgesteld.

Goudhaanzanger (Basileuterus culicivorus)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een reeks van vier tot zes hoge, ijle notities die aan het eind aanzwellen en omhoog gaan, tsie tsie tsie tsiéé, vaak vanuit dichte struiken en zonder dat de vogel zichtbaar wordt. De roep is een scherp, droog tsip, herhaald in korte reeksen als het paar contact houdt; daarnaast klinkt een ratelend alarm. Beide partners roepen; de zang komt vrijwel alleen van het mannetje.

Luister: ZangXC1156754

Opname: Marcos E. Sosa — CC BY-NC-SA 4.0 · Parque Nacional Iguazú. RN 101., Argentina · xeno-canto

Herkenning

De bovendelen zijn grijsgroen zonder vleugelstrepen, de onderdelen egaal geel tot de onderstaartdekveren toe. Het kopatroon beslist: over het midden van de kruin loopt een oranjegele tot goudgele streep, aan weerszijden begrensd door een brede zwarte baan; daaronder staat een bleke wenkbrauwstreep en een donkere oogstreep. De oorstreek is grijs. De poten zijn vleeskleurig. Onvolwassen vogels zijn doffer en bruiner en missen het kruinpatroon grotendeels, maar houden de oogstreep. Man en vrouw zijn gelijk gekleurd.

Verwarrings­soorten

Binnen dit gidsgebied lijkt Basileuterus rufifrons, de zanger met de roodbruine kruin, er het meest op: die heeft een roodbruine in plaats van gestreepte kruin, een lange witte wenkbrauwstreep en een witte buik in plaats van gele onderdelen. De nashvillezanger heeft een grijze kop met een volledige witte oogring en mist elk kruinpatroon. De groene zanger (Leiothlypis celata) is egaal olijfgroen met vage streepjes en heeft geen zwarte kruinbanen. De combinatie van een gestreepte kruin, geen vleugelstrepen en volledig gele onderdelen is binnen Noord-Amerika kenmerkend.

Leefgebied

Ondergroei en lage struiklaag van vochtig groenblijvend bos, halfbladverliezend bos en oude secundaire opslag, van de laaglanden tot ongeveer 2000 meter in de bergen. Hij houdt zich meestal in de onderste twee meter op, in dichte lianen en struiken, en komt zelden in de kroonlaag. In Noordoost-Mexico gaat het om bewolkt bergbos en dichte ravijnen op de hellingen; het kale hoogplateau mijdt hij. De weinige vogels die Texas bereikten zaten in dicht struweel van het rivierbos langs de Rio Grande.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Het areaal begint in Noordoost-Mexico in Tamaulipas, Nuevo León en San Luis Potosí en loopt over de hellingen van beide zeeën zuidwaarts door Midden-Amerika en de Andes tot Noord-Argentinië en Uruguay. De soort is standvogel en verplaatst zich hooguit over de hellingen; echte trek ontbreekt. Ten noorden van de Rio Grande gaat het om een handvol waarnemingen, vrijwel alle in de winter en in het dal van de Beneden-Rio Grande van Zuid-Texas. Omdat het hier om een standvogel gaat, zijn die vondsten schaars gebleven.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek hem in Noordoost-Mexico op het geluid: de opgaande, aanzwellende reeks verraadt hem eerder dan het oog, want hij blijft in de dichte ondergroei. Volg het geluid tot je zicht hebt op een open plek in de struiklaag en let dan op de kruin — bij tegenlicht blijft de zwart-gele tekening op de kop zichtbaar terwijl de gele onderdelen wegvallen.

Staat van instandhouding

De soort is over een groot areaal verspreid en wordt in grote delen daarvan algemeen gevonden; ze is niet bedreigd (LC) op de Rode Lijst. Ze verdraagt oude secundaire opslag en bosranden redelijk goed, waardoor ze minder gevoelig is voor versnippering dan strikt aan oud bos gebonden soorten. In Noordoost-Mexico, aan de noordgrens van het areaal, is het bewolkte bergbos sterk teruggelopen door landbouw en veeteelt; daar is de soort plaatselijk verdwenen.

Wetenschappelijke naam

Basileuterus culicivorus | (Deppe, 1830)

Wilhelm Deppe beschreef de soort in 1830 als Sylvia culicivora, naar materiaal uit Mexico; het type komt uit Jalapa in Veracruz. Omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het epitheton culicivorus is gevormd uit het Latijnse culex 'mug' en -vorus 'etend', dus 'muggeneter'. Het geslacht Basileuterus werd in 1831 door Cabanis ingevoerd, uit het Griekse basileuteros 'koninklijker', naar de gekleurde kruinstreep, die ook de Nederlandse en de Engelse naam benoemen.