Alle soorten › Zangvogels › Kraaiachtigen › Eilandstruikgaai
Eilandstruikgaai | Aphelocoma insularis
Island Scrub-Jay | Chara de Santa Cruz
De eilandstruikgaai leeft op één eiland: Santa Cruz, het grootste van de Californische Channel Islands, zo'n 30 kilometer uit de kust bij Santa Barbara. Het is de enige vogelsoort die tot één Californisch eiland beperkt is, en met een areaal van ongeveer 250 vierkante kilometer heeft hij het kleinste verspreidingsgebied van alle Noord-Amerikaanse vogels.
Geluid
Het vaste geluid is een harde, rauwe sjrie, vaak in reeksen van drie tot vijf en met stijgende toon aan het eind. Daarnaast klinkt een droge ratel, bij het vrouwtje sneller en hoger dan bij het mannetje. Vogels uit dennengebied roepen die ratel meetbaar sneller en hoger dan vogels uit eikengebied; die verschillen lopen parallel met het verschil in snavelvorm tussen dezelfde twee groepen. Binnen het territorium gebruiken paren zachte fluitjes en korte contactnoten.
Opname: Sue Riffe — CC BY-NC-SA 4.0 · Santa Cruz Island (near Ventura), Santa Barbara Co., California, United States · xeno-canto
Herkenning
Een grote, kuifloze gaai: diepblauw op kop, vleugels en staart, grijsbruin op de rug, lichtgrijs van onderen, met een witte wenkbrauwstreep en een donker masker door het oog. Over de borst loopt een onderbroken blauwe band. Vergeleken met de westelijke struikgaai van het vasteland is hij ongeveer vijftien procent langer, veertig procent zwaarder en dieper blauw, en is de snavel ongeveer een vijfde langer en duidelijk zwaarder. De snavelvorm verschilt binnen het eiland: vogels in dennenbos hebben een langere, lagere snavel dan vogels in eikenbos, en dat verschil is erfelijk.
Verwarringssoorten
Op Santa Cruz Island is er geen andere gaai, dus verwarring speelt vooral op papier. De westelijke struikgaai van het vasteland — tot 2016 samen met deze soort en met Woodhouse' struikgaai als één soort western scrub-jay behandeld — is kleiner, lichter blauw en heeft een kortere snavel; die soort komt op de Channel Islands niet voor. Woodhouse' struikgaai is nog bleker, heeft nauwelijks een borstband en leeft ver naar het oosten, in het Grote Bekken en de Rocky Mountains. De Stellers gaai heeft een kuif en een zwarte kop. Vliegende Amerikaanse kraaien op het eiland zijn groter en geheel zwart.
Leefgebied
Struikeikenbos en chaparral (dicht, hardbladig struweel van het Californische mediterrane klimaat) op de hellingen, met daarnaast bosjes van de bisschopsden en riviergeleidend bos in de canyons. Hij gebruikt zowel dicht struweel als volgroeide bomen: het struweel voor het nest, de eiken voor de eikels. De begrazing door schapen en later verwilderde varkens hield het struweel ruim een eeuw lang laag; sinds die dieren van het eiland zijn verwijderd, groeit de struiklaag weer dicht.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Alleen Santa Cruz Island, jaarrond. Op San Miguel Island en Santa Rosa Island zijn fossiele resten gevonden en van Santa Rosa bestaat één waarneming uit 1892; daar is de soort verdwenen. De zeearm tussen het eiland en het vasteland wordt niet overgestoken: uitwisseling met de westelijke struikgaai is er niet. DNA-onderzoek wijst op een scheiding van de vastelandvogels die in de orde van honderdduizenden jaren ligt; de meest recente analyse komt uit op ongeveer een miljoen jaar.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Het eiland is per boot bereikbaar vanuit Ventura; rond de aanlegplaats bij Prisoners Harbor en Scorpion Ranch zitten vogels in de eiken vlak bij de paden. Ze houden weinig afstand tot mensen en komen tot bij picknicktafels en geparkeerde auto's. Een enkele bezoekdag in het voorjaar levert doorgaans meerdere vogels op; luister eerst naar de rauwe sjrie en zoek daarna in de eikentoppen.
Staat van instandhouding
Tellingen in 2008 en 2009 kwamen uit op 1700 tot 2300 vogels, wat de soort tot een van de kleinste zangvogelpopulaties van de Verenigde Staten maakt. Hij geldt als kwetsbaar (VU), uitsluitend vanwege het kleine areaal. Het westnijlvirus, sinds 2003 gevestigd in Zuid-Californië, is de grootste bedreiging: één uitbraak kan een groot deel van de populatie treffen, en corviden zijn daar bijzonder gevoelig voor. Een eilandbrede brand kan hetzelfde doen. Een deel van de vogels is in 2015 geënt tegen het virus. Het eiland is eigendom van de Nature Conservancy en de National Park Service; de dichter groeiende struiklaag na het verwijderen van schaap en varken vergroot het beschikbare nestgebied.
Wetenschappelijke naam
Aphelocoma insularis | Henshaw, 1886
Henry Wetherbee Henshaw beschreef de soort in 1886 als Aphelocoma insularis, naar een exemplaar van Santa Cruz Island; auteur en jaartal staan zonder haakjes omdat het geslacht sindsdien niet veranderde. Aphelocoma komt van het Griekse apheles 'eenvoudig, glad' en komē 'haardos', naar het ongestreepte, effen verenkleed, tegenover de gestreepte veren van andere gaaien. Het soortdeel insularis is Latijn voor 'van het eiland'. In de tussenliggende eeuw is de soort afwisselend als ondersoort van de vastelandstruikgaai en als aparte soort behandeld; sinds 1995 geldt weer de soortstatus.




