Alle soorten › Steltloperachtigen › Alken › Craveri's alk

Craveri's alk | Synthliboramphus craveri

Craveri's Murrelet | Mérgulo de Craveri

Craveri's alk is een van de twee zuidelijkst broedende alken ter wereld: een klein zwart-wit zeevogeltje van de warme wateren rond Neder-Californië, dat zich vanaf het land vrijwel nooit laat zien. Hij broedt in spleten en onder lage struiken op dorre rotseilandjes en brengt de rest van zijn bestaan op open zee door. Met hooguit een paar duizend broedparen op een handvol eilanden hoort hij bij de kwetsbaarste zeevogels van het gebied.

Craveri's alk (Synthliboramphus craveri)
Foto: Grigory Heaton — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Bij de kolonie, en alleen na donker, klinkt een droge ratel die aan een krekel doet denken en die bij opwinding oploopt tot een dun, rietachtig trillertje: tsrrr-tsrrr-i-i-i. Op zee is hij bijna altijd stil; een paar dat samen zwemt houdt hoogstens met een kort tsjip contact. Roepende vogels hoor je 's nachts op het water voor de broedeilanden, wanneer partners elkaar in het donker terugvinden. Overdag verraadt geluid hem zelden, en dat is een van de redenen waarom de soort zo lang zo slecht bekend bleef.

Luister: RoepXC677265

Opname: Paul Marvin — CC BY-NC-SA 4.0 · South Shores Park, Mission Bay, San Diego County, California, United States · xeno-canto

Herkenning

Een kleine, gedrongen alk, zwart boven en wit onder, met een dunne spitse zwarte snavel en blauwgrijze poten met zwarte nagels. Het zwart van de kop loopt tot onder het oog door, verder omlaag dan bij zijn verwanten, en een smalle witte sikkel boven en onder het oog vormt een gebroken oogring. Op de borstzijden dringt een donkere, onvolledige halskraag de witte onderdelen in; de flanken zijn zwartachtig. De ondervleugel is grauw met een lichtere middenbaan — het beste kenmerk, maar alleen zichtbaar op het moment dat de vogel opvliegt. Man en vrouw zijn gelijk en er is geen winterkleed; jonge vogels hebben een kortere snavel en fijne donkere dwarsstreepjes op borst en buik. Op het water houdt hij de staart vaak schuin omhoog.

Verwarrings­soorten

Scripps' alk (Synthliboramphus scrippsi) is de soort waarmee hij het vaakst wordt verwisseld: die heeft een helderwitte ondervleugel, geen donkere kraag op de borstzijden, en zwart op de kop dat niet tot onder het oog reikt. Hetzelfde geldt voor Xantus' alk (S. hypoleucus), die daarbij veel meer wit in het gezicht draagt. Op afstand kan een marmeralk in winterkleed ook zwart-wit ogen, maar die heeft een witte halsring en een witte schouderstreep en hoort ver naar het noorden thuis. In de Golf van Californië is elk klein zwart-wit alkje deze soort; voor Californië beslist de ondervleugel.

Leefgebied

Buiten de broedtijd leeft hij op open zee, doorgaans ver uit de kust en boven diep water, daar waar de koele Californiastroom en het warme water van de Golf van Californië elkaar raken. Broeden doet hij op kale, dorre rotseilandjes: in spleten, onder overhangende stenen en onder dichte struikjes, nooit open en bloot op een klifrand. De kustlijn zelf mijdt hij — vanaf het strand is hij bijna nooit te zien — en aan land komt hij uitsluitend 's nachts. Beschutte baaien, estuaria en zoet water gebruikt hij niet.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Broedvogel op eilanden voor beide kusten van Neder-Californië: Cedros, San Benito en de eilandjes bij Asunción en San Roque aan de kant van de Grote Oceaan, en Rasa, Partida en Tiburón in de Golf van Californië. Vanaf juli verlaten de vogels de Golf en waaieren ze uit over zee, noordwaarts tot in de wateren voor Midden-Californië en zuidwaarts tot voor Jalisco. Hoever ze komen verschilt sterk per jaar: in warme jaren verschijnen ze veel talrijker voor Californië dan in koude. Het broedareaal zelf is in de laatste eeuw niet gegroeid; wel zijn kolonies verdwenen van eilanden waar ratten of katten waren aangevoerd.

  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein). Deze soort komt in een klein gebied voor; de kaart is daarop ingezoomd.

Waar en wanneer kijken

Vanaf het land hoef je het niet te proberen: je moet mee met een pelagische boottocht, en dan het liefst in augustus of september voor de kust van Zuid- en Midden-Californië, wanneer de najaarsverspreiding op gang komt. Zoek naar een paartje kleine zwart-witte vogeltjes dat laag en snel wegvliegt of wegduikt. Let vooral op het moment van opvliegen, want alleen dan zie je de grauwe ondervleugel die hem van Scripps' alk scheidt.

Staat van instandhouding

De wereldpopulatie wordt geschat op zes- tot tienduizend broedparen, verdeeld over een handvol eilanden, en de aantallen nemen af; de IUCN noemt de soort kwetsbaar (VU). De zwaarste bedreigingen zijn ingevoerde ratten en katten op de broedeilanden, olie uit scheepvaart en boringen, en verdrinking in kieuwnetten. Op verscheidene eilanden zijn de ingevoerde roofdieren inmiddels verwijderd, en daar loopt het aantal broedparen weer op.

Wetenschappelijke naam

Synthliboramphus craveri | (Salvadori, 1866)

Tommaso Salvadori beschreef de soort in 1866 als Uria craveri; omdat ze daarna in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. De geslachtsnaam Synthliboramphus is gevormd uit het Griekse sunthlibo, 'samendrukken', en rhamphos, 'snavel', naar de zijdelings afgeplatte snavel van deze alken. Het epitheton craveri eert de broers Federico en Ettore Craveri, die als verzamelaars in Mexico werkten en hun materiaal naar het natuurhistorisch museum van Turijn stuurden, waar Salvadori conservator was. Het type-exemplaar kwam uit de Golf van Californië, van Isla Rasa.