Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse zangers › Citroenzanger
Citroenzanger | Protonotaria citrea
Prothonotary Warbler | Reinita cabecidorada
De citroenzanger is de enige Amerikaanse zanger van het oosten die in boomholten broedt en de enige die geel is met blauwgrijze vleugels zonder enige vleugelstreep. Hij hoort bij overstroomd hardhoutbos en langzaam stromend water, en neemt genoegen met een nestkast boven het water.
Geluid
De zang is een reeks van vijf tot tien luide, heldere, gelijke tonen op één toonhoogte, klimmend in volume: swiet-swiet-swiet-swiet-swiet. Hij klinkt harder en scherper dan de zang van de monnikszanger en draagt over open moeraswater. De roep is een luide, metalen tsjink, vergelijkbaar met die van de waterlijsters. Het mannetje zingt vanaf een lage tak boven het water en vaak vanaf de rand van de nestholte zelf.
Opname: Richard E. Webster — CC BY-NC-SA 4.0 · Magee Marsh - boardwalk, Lucas County, Ohio, United States · xeno-canto
Herkenning
Kop, hals, borst en buik van het mannetje zijn diep oranjegeel, de rug is olijfgroen en de vleugels en staart zijn blauwgrijs, zonder vleugelstrepen. De onderstaartdekveren zijn wit, en in de staart zitten grote witte vlekken die van onderen een tweekleurig patroon geven. De snavel is lang en zwart, het oog groot en donker en steekt af tegen het effen gele gezicht. Het vrouwtje is hetzelfde getekend maar valer geel, vooral op de kruin. Hij foerageert laag boven het water en klimt daarbij ook zijwaarts en ondersteboven over takken.
Verwarringssoorten
De monnikszanger heeft eveneens een geel hoofd, maar met een olijfgroene kruin en geen blauwgrijze vleugels; hij zit hoger in het bladerdak. De blauwvleugelzanger is geel met een zwarte oogstreep en twee witte vleugelstrepen. Het gele vrouwtje van de amerikaanse goudzanger heeft gele staartvlekken in plaats van witte en mist de blauwgrijze vleugel. Geen enkele andere gele zanger van het oosten combineert het effen gele hoofd met een ongestreepte blauwgrijze vleugel.
Leefgebied
Overstroomd loofbos en moerasbos in het laagland: cipressenmoeras, ondergelopen hardhoutbos van eik en es, en de oevers van trage rivieren, oude rivierarmen en sloten met staand water. Nestholten zijn oude spechtengaten of natuurlijke holten in dode stammen boven het water, en nestkasten op paaltjes in een moeras worden vlot bezet. Waar Swainsons zanger dichte braamstruwelen op vochtige bodem kiest, is deze soort gebonden aan open water onder het bos. In de winter vooral in mangrove, en verder in tropisch droogbos langs de kust.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Broedt in het zuidoosten en het midden-oosten van de Verenigde Staten, met het zwaartepunt in het Mississippi-dal en de kustvlakte van de Golf en de Atlantische Oceaan, en langs rivierdalen noordwaarts tot Zuid-Minnesota, Wisconsin, Michigan en het zuidelijkste puntje van Ontario. Vertrek al vanaf eind juli; de trek gaat over de Golf van Mexico en langs de Caraïbische kust. Overwinteren doet hij in mangrove van Zuidoost-Mexico, Belize, Honduras en Nicaragua zuidwaarts tot Panama en het noorden van Colombia, Venezuela en West-Ecuador.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Ga in april of mei met een kano een moerasbos of een trage rivierarm in en let op de vijf gelijke swiet-tonen; de vogel zit dan meestal binnen twee meter boven het water. Nestkasten langs bezoekerspaden in de zuidelijke moerassen geven de beste kans om hem bij de holte te zien.
Staat van instandhouding
Partners in Flight (het Noord-Amerikaanse samenwerkingsverband voor vogelbescherming) schat de broedpopulatie op ongeveer 2,1 miljoen vogels. De Noord-Amerikaanse broedvogeltelling (Breeding Bird Survey) laat tussen 1966 en 2019 een afname van rond 0,7 procent per jaar zien, bij elkaar ongeveer 31 procent; de soort staat op de gele aandachtslijst met een Continental Concern Score (de Noord-Amerikaanse zorgscore van 1 tot 20) van 14 van 20. Drooglegging en kap van overstroomd hardhoutbos is de belangrijkste oorzaak, in de winter het verlies van mangrove. In Canada is de soort onder de Species at Risk Act (de Canadese soortenbeschermingswet) aangemerkt als endangered (bedreigd), met in 2008 nog ongeveer dertig broedvogels in Ontario. Nestkasten boven water worden op veel plaatsen met succes gebruikt.
Wetenschappelijke naam
Protonotaria citrea | (Boddaert, 1783)
Boddaert beschreef de soort in 1783 als Motacilla citrea; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Protonotaria werd in 1858 ingevoerd door Spencer Baird en gaat terug op het laat-Latijnse protonotarius, een pauselijke ambtenaar wiens ambtsgewaad geel was. De soortnaam citrea is Latijn voor 'citroenkleurig'. De Nederlandse naam volgt die kleurnaam rechtstreeks; de Engelse naam Prothonotary Warbler volgt de geslachtsnaam en dus het gele gewaad.





