Alle soorten › Zangvogels › Zwaluwen › Boerenzwaluw

Boerenzwaluw | Hirundo rustica

Barn Swallow | Golondrina común

De boerenzwaluw is de enige zwaluw van Noord-Amerika met lange, draadvormige buitenste staartpennen en een diep gevorkte staart. Hij metselt zijn komvormige nest van moddervlokjes tegen een balk in een schuur, onder een brug of tegen een dakrand, en broedt daardoor vrijwel overal waar gebouwen en open land samenkomen.

Boerenzwaluw (Hirundo rustica)
Foto: U.S. Fish and Wildlife Service - Midwest Region — Public domain · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een lang, doorlopend getjilp van heldere en krassende notities, afgesloten met een droog, mechanisch geratel dat aan een opwindmechaniek doet denken. Beide geslachten zingen, het mannetje het uitgebreidst. De contactroep is een scherp wiet of wiet-wiet. Er zijn twee alarmroepen: een scherp, hoog signaal voor grondroofdieren als katten, en een ander voor roofvogels, waarop de hele groep de lucht in gaat.

Luister: ZangXC1166650

Opname: João Ferreira Tomás — CC BY-NC-SA 4.0 · La Armuña (near Valdunciel), Salamanca, Castilla y León, Spain · xeno-canto

Herkenning

Bovendelen staalblauw, voorhoofd en keel roestrood, met een blauwe borstband die bij de Noord-Amerikaanse ondersoort erythrogaster smal en vaak onderbroken is. De onderdelen zijn bij die ondersoort niet vuilwit maar warm kaneelkleurig tot roestrood. De staart is diep gevorkt met lange buitenste pennen en een rij witte vlekken die alleen in een gespreide staart zichtbaar is. Vrouwtjes hebben kortere staartpennen, minder glans en blekere onderdelen; jonge vogels zijn bruiner, hebben een bleker roestrood gezicht en missen de verlengde staartpennen.

Verwarrings­soorten

Geen andere Noord-Amerikaanse zwaluw heeft de combinatie van roestrode keel en diep gevorkte staart met draadvormige punten. Jonge boerenzwaluwen zonder staartpennen zijn wel te verwarren met de Amerikaanse klifzwaluw, maar die heeft een vierkante staart, een lichte stuit en een bleek voorhoofd. De boomzwaluw en de groene zwaluw zijn van onderen wit en hebben een korte, ondiep ingesneden staart. De oeverzwaluw en de ruwvleugelzwaluw zijn bruin van boven, veel kleiner en kortstaartig.

Leefgebied

Open land met korte begroeiing en gebouwen: weiland en veeteeltbedrijven, akkerland met erven, dorpen, parken, bruggen en steigers, bij voorkeur met water in de buurt voor insecten en voor de modder waarmee het nest wordt gebouwd. Er wordt laag gejaagd, vaak vlak boven gras of wateroppervlak, waarbij losse, betrekkelijk grote insecten worden gepakt in plaats van zwermen. Van zeeniveau tot omstreeks 3000 meter.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Hij broedt van Alaska en het zuiden van Canada door de hele Verenigde Staten tot in Noord-Mexico, en plaatselijk verder zuidwaarts in de Mexicaanse hooglanden. Het winterareaal ligt overwegend in Zuid-Amerika; door Mexico, Midden-Amerika en de Caraïben trekt hij in grote aantallen door, met kleinere aantallen die er de winter blijven. In Zuid-Florida is de soort zowel broedvogel als wintergast. Sinds ongeveer 1980 broedt een kleine, groeiende populatie in Argentinië, met een omgekeerde jaarcyclus.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

De beste kans is een veehouderij of een brug over een beek tussen mei en augustus: loop langs de open stal of kijk onder het brugdek en zoek de modderkommen op de balken. Boven een maaiveld is de soort al op afstand te herkennen aan de lage, vloeiende vlucht met scherpe wendingen en aan het silhouet van de gevorkte staart.

Staat van instandhouding

Partners in Flight (het Noord-Amerikaanse samenwerkingsverband voor vogelbescherming) schat de wereldpopulatie op ongeveer 190 miljoen vogels; de soort staat te boek als niet bedreigd (LC). De Noord-Amerikaanse broedvogeltelling (Breeding Bird Survey) laat in Noord-Amerika een daling van ongeveer 0,6 procent per jaar zien, samen ongeveer 25 procent tussen 1966 en 2019. De soort profiteerde eerder van ontbossing en van het bouwen van schuren en bruggen; de huidige afname wordt in verband gebracht met de schaalvergroting in de landbouw, met gesloten, moderne stallen zonder invliegopening en met de afname van vliegende insecten.

Wetenschappelijke naam

Hirundo rustica | Linnaeus, 1758

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Hirundo rustica; het geslacht is sindsdien niet gewijzigd, en daarom staan auteur en jaartal niet tussen haakjes. Hirundo is het Latijnse woord voor zwaluw, rusticus betekent 'van het platteland'. Het beschreven exemplaar kwam uit Europa, met Zweden als vastgelegde typelocatie. De Noord-Amerikaanse ondersoort heet erythrogaster, van het Griekse eruthros 'rood' en gaster 'buik', naar de roestrode onderzijde.