Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse zangers › Blauwvleugelzanger

Blauwvleugelzanger | Vermivora cyanoptera

Blue-winged Warbler | Reinita aliazul

De blauwvleugelzanger is een gele zanger van verruigde akkers en bosranden in het oosten van de Verenigde Staten, met blauwgrijze vleugels en een zwart streepje door het oog. Hij breidde zich in anderhalve eeuw noordwaarts uit doordat verlaten landbouwgrond dichtgroeide met struweel, en kwam daarbij in contact met de geelvleugelzanger.

Blauwvleugelzanger (Vermivora cyanoptera)
Foto: TonyCastro — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang bestaat uit twee zoemtonen, een hogere gevolgd door een lagere, meestal weergegeven als bii-bzzz. De hele strofe duurt nog geen seconde en klinkt eerder als een insect dan als een vogel. Daarnaast is er een tweede zangtype met een langere reeks trillende noten, dat vooral bij territoriumgrenzen klinkt. De roep is een scherpe, droge tsjip; in de vlucht een fijn tsie.

Luister: ZangXC1170226

Opname: Stephen Tyndel — CC BY-NC-SA 4.0 · Middlefork Fish and Wildlife Area, United States · xeno-canto

Herkenning

Kop, borst en buik zijn geel, met een smalle zwarte oogstreep die de gele kop in tweeën snijdt. De vleugels zijn blauwgrijs met twee witte banden; rug en stuit zijn olijfgroen. Het vrouwtje is doffer geel en de oogstreep is grijzer, maar het patroon is gelijk. Jonge vogels zijn olijfgroen met nauwelijks zichtbare vleugelbanden. Het foerageren gebeurt laag, vaak hangend aan dode, opgerolde bladeren die met de spitse snavel worden opengewrikt.

Verwarrings­soorten

De geelvleugelzanger heeft grijs in plaats van geel als grondkleur en een zwarte (mannetje) of grijze (vrouwtje) keel en masker; het vleugelveld is geel in plaats van wit. Kruisingen tussen beide zijn regelmatig: het brewsteri-type combineert het grijze lichaam met witte vleugelbanden en zonder zwarte keel, het zeldzamere lawrencei-type is geel als een blauwvleugelzanger maar heeft de zwarte keel en het masker van de geelvleugelzanger. De citroenzanger is forser, dieper oranjegeel en heeft ongebandeerde blauwgrijze vleugels; de gele zanger heeft geen oogstreep en geen witte vleugelbanden.

Leefgebied

Verruigde akkers, hakhoutkanten, brede bosranden en jonge opslag met braam, meidoorn en els, vaak op vochtige grond langs beken. Het nest staat op of vlak boven de grond, tussen dichte kruiden. Anders dan de geelvleugelzanger houdt hij het ook uit in wat oudere, dichtere opslag en in bosranden bij bebouwing, wat de noordwaartse uitbreiding heeft geholpen. In de winter gebruikt hij open bos, bosranden, tuinen en parken.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Broedt in het oosten van de Verenigde Staten, ruwweg van Oost-Nebraska, Iowa en Missouri oostwaarts tot New England en noordwaarts tot Zuid-Ontario, met een zuidgrens in Arkansas, Tennessee en de bergen van North Carolina. Het areaal schoof in de negentiende en twintigste eeuw geleidelijk naar het noorden op, in het spoor van verlaten landbouwgrond. De trek verloopt via de Golfkust; de winter wordt doorgebracht van Zuidoost-Mexico tot Panama, waarbij binnen dit gidsgebied vooral Belize, Guatemala en Honduras meetellen.

  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Loop in mei langs een verruigde akker of een brede bosrand en let op het korte bii-bzzz; de vogel zingt vanaf een uitstekende tak of een dode top. Kijk bij elke zingende vogel ook naar het kleurpatroon: in gebieden waar ook de geelvleugelzanger voorkomt zingen kruisingen vaak het lied van de ene soort met het verenkleed van de andere, zodat alleen het uiterlijk uitsluitsel geeft.

Staat van instandhouding

Partners in Flight (het Noord-Amerikaanse samenwerkingsverband voor vogelbescherming) schat de broedpopulatie op ongeveer 680.000 vogels. Tussen 1966 en 2019 nam het aantal met ongeveer 0,7 procent per jaar af, samen ongeveer 30 procent; op de Continental Concern Score (de Noord-Amerikaanse zorgscore van 1 tot 20) staat de soort op 13 van de 20. Plaatselijk verdwijnt hij waar struweel wordt bebouwd of doorgroeit tot gesloten bos. Voor het natuurbehoud is vooral het samenspel met de geelvleugelzanger van belang: de noordwaartse uitbreiding brengt de twee steeds vaker samen, met concurrentie en kruising tot gevolg in het krimpende areaal van de zeldzamere soort.

Wetenschappelijke naam

Vermivora cyanoptera | Olson; Reveal, 2009

Olson en Reveal voerden de naam Vermivora cyanoptera in 2009 in als vervanging voor de oudere naam Vermivora pinus, waarvan het typemateriaal niet eenduidig aan deze soort toe te wijzen bleek; omdat de soort meteen in Vermivora werd beschreven, staan auteur en jaartal zonder haakjes. Het geslacht Vermivora komt van het Latijnse vermis 'worm' en vorare 'verslinden'. De soortnaam cyanoptera is Grieks voor 'blauwvleugel', van kyanos 'donkerblauw' en pteron 'vleugel', naar de blauwgrijze vleugels — dezelfde eigenschap die de Nederlandse, Engelse en Spaanse naam opleveren.