Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Amerikaanse tafeleend
Amerikaanse tafeleend | Aythya americana
Redhead | Pato Cabecirrojo
De Amerikaanse tafeleend broedt in de rietkragen van de prairievijvers van het Midwesten; vrouwtjes leggen een deel van hun eieren in de nesten van andere eenden, vooral van soortgenoten en van de rosse stekelstaart (Oxyura jamaicensis), en laten het uitbroeden dan aan een ander over. Buiten het broedseizoen vormt hij een van de grootste eendenconcentraties van Noord-Amerika: tot wel zestigduizend vogels tegelijk op de ondiepe Laguna Madre aan de grens van Texas en Mexico.
Geluid
Het mannetje laat in de balts een klagend, wat kattig wie-jāo of miejau horen, dat het meest te horen is wanneer groepen mannetjes rond een vrouwtje dringen. Bij dreiging klinkt van hem een laag, schor err. Het vrouwtje reageert met een zachtere versie van diezelfde err, en laat bij dreiging of bij het zoeken naar een nestplek een diep, kraaiend kurr-kurr-kurr horen. Buiten het broedseizoen, in de grote gemengde groepen van de winter, is de soort veel stiller.
Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · Baie-du-Febvre, Nicolet-Yamaska, Québec, Canada · xeno-canto
Herkenning
Het mannetje heeft een gitzwarte borst en achterlijf, een grijze romp en een rond, glanzend kaneelkleurig kopje met een steile overgang van voorhoofd naar de matig grote, zwartgepunte grijze snavel. Vrouwtjes en niet-broedende mannetjes zijn egaal lichtbruin met een bleker gezicht; een niet-broedend mannetje is aan een net iets warmer bruine kop van het vrouwtje te onderscheiden. Alle kleden delen dezelfde grijze snavel met zwarte punt. In de vlucht is de tafeleend te herkennen aan de grijze vleugels en een snelle, ondiepe vleugelslag voor een eend van dit formaat.
Verwarringssoorten
Het meest gelijkend is de grote tafeleend (Aythya valisineria), die groter is met een lange, aflopende snavel-voorhoofdlijn in plaats van de steile overgang van de Amerikaanse tafeleend. De ringsnaveleend (Aythya collaris) is kleiner, met een gepiekte in plaats van ronde kruin en een witte in plaats van grijze snavelband. Vrouwtjes worden vaak met vrouwtjes topper of kleine topper verward; let dan op de grotere, zwaardere snavel en het ontbreken van een scherp afgetekende witte snavelvlek bij de tafeleend.
Leefgebied
Als broedvogel zoekt hij de door riet en lisdodde omzoomde prairievijvers en ondiepe moerasmeren van het Amerikaanse binnenland, waar hij zijn nest verstopt in dichte oevervegetatie boven het water. Op trek gebruikt hij grote, open meren en stuwmeren; in de winter verzamelt hij zich vooral in ondiepe, beschutte kustlagunes met velden van zeegras, waarvan hij de wortelstokken en bladeren eet. Diep, snelstromend water en dicht bos mijdt hij volledig.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
De kern van het broedareaal ligt in de door meertjes doorspekte prairie van Brits-Columbia tot Manitoba en in North en South Dakota, met kleinere broedgebieden in Ontario en Quebec en verspreid in het westen van de Verenigde Staten. Westelijke vogels trekken via het Grote Bekken naar de Grote Zoutmeerregio en de westkust; centrale vogels trekken via de Great Plains rechtstreeks naar de Golfkust van Texas; oostelijke vogels volgen de Grote Meren naar de Atlantische kust en Florida. De grootste concentraties overwinteren aan de Golf van Mexico, met name in de Laguna Madre van Texas en Tamaulipas, en verder in Mexico, Guatemala, Cuba en de Bahama's.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek hem in de winter op een ondiepe baai of lagune met helder water: de tafeleend duikt daar overdag herhaaldelijk voor zeegras, vaak in dichte, drijvende groepen met honderden tot duizenden vogels tegelijk. Het kaneelkleurige kopje van het mannetje springt er zelfs op grote afstand uit tussen de overwegend grijze en zwarte lichamen van de andere duikeenden.
Staat van instandhouding
De soort staat als niet bedreigd (LC) te boek en de populatie is de laatste decennia stabiel tot toenemend, mede dankzij het herstel van prairiewetlands. Verlies van broedhabitat door drooglegging van prairievijvers blijft het belangrijkste risico, en de grote winterconcentraties op een klein aantal lagunes maken de soort gevoelig voor lokale verstoring van het zeegras waarvan ze afhankelijk is.
Wetenschappelijke naam
Aythya americana | (Eyton, 1838)
Eyton beschreef de soort in 1838 als Fuligula americana, in een monografie over de eendenfamilie; omdat ze sindsdien in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Aythya werd in 1822 door Boie ingevoerd, naar het Oudgriekse aithuia, een bij Aristoteles genoemde zeevogel die nooit met zekerheid is geïdentificeerd. De soortnaam americana is Latijn voor 'Amerikaans' en verwijst naar het continent waar de typelocatie ligt, zonder nadere precisering. De Nederlandse naam 'Amerikaanse tafeleend' onderscheidt de soort van de tafeleend (Aythya ferina), waarmee ze nauw verwant is.



